Blaas- of nierkanker

Een tumor in blaas, nier, nierbekken, urineleider of plasbuis. Wat betekent dat? Welke behandelingen zijn er? Kanker brengt veel vragen en onzekerheid met zich mee. Daarom vindt u hier per tumor antwoorden en verwijzingen naar meer informatie.

Wat is blaaskanker

Blaaskanker is de 6e meest voorkomende vorm van kanker bij mannen. Het komt 3x vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Bij blaaskanker zit er een tumor in de blaas. Meestal ontstaat deze tumor in het slijmvlies dat de binnenkant van de blaas bekleedt. Dat is het urotheel. Deze vorm van blaaskanker wordt daarom ook urotheelcarcinoom genoemd.

In 2017 kregen 6.942 mensen in Nederland de diagnose blaaskanker. Waarvan 75% oppervlakkige blaaskanker en 25% spierinvasieve blaaskanker. Oppervlakkige blaaskanker noemen we ook niet-spierinvasieve blaaskanker. Daarbij zit de tumor alleen in het slijmvliesweefsel. Bij spierinvasieve blaaskanker is de tumor doorgegroeid in de spierlaag van de blaaswand.

1
Symptomen en risicofactoren
Belangrijk signaal: bloed in urine

Bloed in de urine is het meest voorkomende signaal bij blaaskanker. Andere symptomen zijn:

  • Vaak moeten plassen
  • Aandrang
  • Pijn bij het plassen
  • Buikpijn
  • Symptomen gerelateerd aan verstopping van de urineweg, zoals koliekachtige pijnaanvallen

 

Het is belangrijk dat u bij deze symptomen naar de huisarts gaat. De aanwezigheid van bloed betekent niet altijd dat er sprake is van blaaskanker. Mocht het blaaskanker zijn, dan is de kans op een succesvolle behandeling en langere overleving groter als het in een vroeg stadium wordt ontdekt.

2
Onderzoek en diagnose
Urineonderzoek

Bij één of meer van deze symptomen zal de huisarts onderzoek laten doen.

  • Bloedonderzoek en urineonderzoek (cytologie)
  • Lichamelijk onderzoek

 

Cystoscopie (kijkonderzoek)

Vaak is meer onderzoek nodig om de diagnose te kunnen stellen. Meestal wordt dan een cystoscopie gedaan. Bij dit kijkonderzoek wordt een camera (cystoscoop) via de plasbuis ingebracht en onderzoekt de uroloog de binnenkant van de blaas en de plasbuis.

Video cystoscopie

3
In gesprek met uw arts
Behandeladvies

Specialisten, zoals uroloog, internist en patholoog bespreken de pathologie-uitslag. Zij stellen een behandeladvies op op basis van de uitslag en de richtlijnen. De specialist bespreekt met de patiënt de uitslag van de onderzoeken en het behandeladvies. Neem altijd iemand mee tijdens de gesprekken. U kunt elkaar steunen en twee personen horen meer dan een. De beslissing over de behandeling en het medicijngebruik neemt u samen met de specialist.

 

Stel uw vragen

Probeer een goed beeld te krijgen van de verschillende opties voor behandeling. Welke informatie hebt u nodig om samen met de arts een besluit te nemen over uw behandeling? Drie vragen kunnen u helpen:

  • Wat zijn mijn mogelijkheden?
  • Wat zijn de voordelen en nadelen van die mogelijkheden?
  • Wat betekent dat in mijn situatie?

 

4
Behandeling, wat betekent dat?
Niet-spierinvasieve en spierinvasieve blaaskanker

Blaastumoren zijn meestal oppervlakkig (niet-spierinvasief). De behandeling en het verloop van oppervlakkige en spierinvasieve blaastumoren zijn verschillend. De behandeling hangt af van de uitbreiding van de tumor (stadiumindeling bij blaaskanker) en van het vermogen van de tumor om snel uit te breiden of te recidiveren (terugkeren).

 

Behandeling niet-spierinvasieve blaaskanker

De meeste oppervlakkige blaastumoren worden verwijderd met een transurethrale resectie (TUR). De uroloog brengt operatie-instrumenten via de plasbuis in de blaasholte en schraapt het tumorweefsel weg.
Oppervlakkige blaastumoren zullen niet snel in de diepte groeien of uitzaaien. Wel hebben ze een uitbreidend karakter, waardoor na de operatie een nieuwe tumor elders in de blaas kan ontwikkelen. Om risico op terugkeer te verkleinen, volgt na de operatie meestal een behandeling met blaasspoelingen.

Behandelpad niet-spierinvasieve blaaskanker

 

Behandeling spierinvasieve blaaskanker

Een spierinvasieve tumor is doorgegroeid in de spierlaag van de blaas. De behandeling hangt af van het stadium en subtype van de ziekte.

  • Operatie: soms is een blaassparende behandeling mogelijk. Maar meestal is het noodzakelijk de blaas en omliggende lymfeklieren te verwijderen (cystectomie). Veelal is er een chemotherapie voorafgaand aan de operatie.
  • Bestraling (uitwendig of inwendig), vaak gecombineerd met chemotherapie. Brachytherapie (inwendige bestraling) is bij blaaskanker alleen mogelijk bij kleine tumoren.

Behandelpad spierinvasieve blaaskanker

5
Herstel en nazorg
Herstel

Blaaskanker en de behandelingen brengen vaak lichamelijk ongemak met zich mee. Zoals vermoeidheid of veranderingen bij intimiteit en seksualiteit. Veel mensen ervaren ook andere klachten zoals minder concentratie, angst, somberheid of aantasting van gevoel van eigenwaarde. Bespreek dit ook met uw arts. De arts wijst zo nodig door naar een andere hulpverlener.

Lees meer bij ‘leven met kanker’

 

De overlevingskansen bij blaaskanker zijn de laatste jaren verbeterd. Voor de kans op overleving is het belangrijk te weten in welk stadium de tumor is. Bij niet-spierinvasieve blaaskanker in stadium oA is 95% van de patiënten na 5 jaar nog in leven. Zie overlevingscijfers niet-spierinvasieve blaaskanker.
Bij spierinvasieve blaaskanker in stadium II is 5 jaar na diagnose 51% van de patiënten nog in leven. Bij tumorstadium III en IV daalt echter de overlevingskans. Zie overlevingscijfers spierinvasieve blaaskanker.

 

Nazorg

Na de behandeling blijft u onder controle bij de specialist. Hoe vaak de controle is, is afhankelijk van de tumor en het risico op terugkeer of uitbreiding van de ziekte.

6
Terugkeer of uitbreiding
Controle

De controle is onder meer bedoeld om in een vroeg stadium eventuele terugkeer van de ziekte op te sporen. Het risico op terugkeer of uitbreiding van de ziekte is per tumor verschillend.

 

Niet-spierinvasieve blaaskanker

Het risico op terugkeer bij niet-spierinvasieve blaaskanker is afhankelijk van de graad van de tumor. Bij een laag-risico-tumor is het risico op terugkeer lager, dan bij een hoog-risico-tumor. Als de ziekte terugkeert, wordt opnieuw onderzoek gedaan en volgt daaruit een behandeladvies.

Terugkeer niet-spierinvasieve blaaskanker

Wat is nierkanker

Bij nierkanker is er een tumor in één van de nieren. De nieren zuiveren het bloed, houden zouten, eiwitten en zuurgraad in het bloed op peil en regelen de bloeddruk. Ook maken ze van afvalstoffen en overtollig water urine aan.
In 2017 kregen 2.600 mensen in Nederland de diagnose nierkanker. Bij volwassenen ontstaat de tumor meestal in de wand van de nierbuisjes. Deze vorm noemen ze niercelkanker en werd vroeger Grawitztumor genoemd.

1
Symptomen en risicofactoren
Belangrijk signaal: bloed in urine

Nierkanker geeft in het begin bijna nooit klachten. Pas als de tumor groter is, kan deze klachten geven.

  • Bloed in de urine
  • Pijn in de zij
  • Lang moe zijn
  • Aanhoudende koorts
  • Weinig eetlust
  • Gewichtsverlies

 

Deze klachten betekenen niet altijd dat er sprake is van nierkanker. Ze kunnen allerlei oorzaken hebben. Heeft u deze klachten, ga dan naar de huisarts. Mocht het nierkanker zijn, dan is de kans op een succesvolle behandeling en langere overleving groter als het in een vroeg stadium wordt ontdekt.

2
Onderzoek en diagnose
Urineonderzoek

Bij één of meer van deze symptomen zal de huisarts onderzoek laten doen.

  • Bloedonderzoek en urineonderzoek (cytologie)
  • Lichamelijk onderzoek
  • Echografie en CT-scan om nieren te onderzoeken

 

Meestal geeft de CT-scan voldoende uitsluitsel. Soms is een MRI-scan nodig. Als de uroloog vermoedt dat het nierkanker is, volgt verder onderzoek.
Een CT-scan maakt röntgenopnamen van het lichaam. Echografisch onderzoek berust op geluidsgolven. Een MRI-scan maakt beelden met behulp van een magnetisch veld.

Als de echografie en CT-scan niet wijzen op een niertumor, maar er is wel bloed in de urine, dan volgt meestal een cystoscopie.

3
In gesprek met uw arts
Behandeladvies

Specialisten, zoals uroloog, internist en patholoog bespreken de pathologie-uitslag. Zij stellen een behandeladvies op op basis van de uitslag en de richtlijnen. De specialist bespreekt met de patiënt de uitslag van de onderzoeken en het behandeladvies. Neem altijd iemand mee tijdens de gesprekken. U kunt elkaar steunen en twee personen horen meer dan een. De beslissing over de behandeling en het medicijngebruik neemt u samen met de specialist.

 

Stel uw vragen

Probeer een goed beeld te krijgen van de verschillende opties voor behandeling. Welke informatie hebt u nodig om samen met de arts een besluit te nemen over uw behandeling? Drie vragen kunnen u helpen:

  • Wat zijn mijn mogelijkheden?
  • Wat zijn de voordelen en nadelen van die mogelijkheden?
  • Wat betekent dat in mijn situatie?
4
Behandeling, wat betekent dat?
Lokale nierkanker

De behandeling bij niercelkanker hangt af van het stadium en subtype van de ziekte. Als de tumor zich beperkt tot de nier, dan is meestal een behandeling gericht op genezing mogelijk.

  • Actief volgen van de tumor
  • Niersparende behandelingen: niersparende operatie (partiële nefrectomie), tumor bevriezen (cryotherapie) of verhitten (radiofrequente ablatie of microwave ablatie)
  • Verwijdering van de nier met tumor (nefrectomie)

 

Een niersparende behandeling kan alleen als de tumor kleiner is dan 7 cm en niet is uitgezaaid.

 

Behandelpad lokale nierkanker

5
Herstel en nazorg
Herstel

Nierkanker en de behandelingen brengen vaak lichamelijk ongemak met zich mee, zoals vermoeidheid. Veel mensen ervaren ook andere klachten zoals minder concentratie, angst, somberheid of aantasting van gevoel van eigenwaarde. Bespreek dit ook met uw arts. De arts wijst zo nodig door naar een andere hulpverlener.

Lees meer bij ‘leven met kanker’

 

De overlevingskansen bij nierkanker zijn de laatste jaren verbeterd. Voor de kans op overleving is het belangrijk te weten in welk stadium de tumor is. Bij nierkanker in stadium I is 89% van de patiënten na 5 jaar nog in leven. Bij tumorstadium II, III en IV daalt echter de overlevingskans. Zie overlevingscijfers nierkanker.

 

Nazorg

Na de behandeling blijft u onder controle bij de specialist. Hoe vaak de controle is, is afhankelijk van de tumor en het risico op terugkeer of uitbreiding van de ziekte.

6
Terugkeer of uitbreiding
Terugkeer

Ondanks de behandeling is er een risico dat de tumor terugkeert. De controle is onder meer bedoeld om in een vroeg stadium eventuele terugkeer van de ziekte op te sporen. Het risico op terugkeer is per tumor verschillend. Als een lokale tumor terugkeert kan opnieuw een operatie worden gedaan. In geval van een terugkerende tumor met uitzaaiingen, zal de arts vaak ook symptoombestrijding voorstellen met medicatie, radiotherapie of embolisatie (afsluiten van het bloedvat).

 

Uitbreiding van de ziekte

Als nierkanker uitzaait, gebeurt dat meestal naar de longen, weke delen, botten, lymfeklieren, lever of hersenen. Het verloop van uitgezaaide nierkanker is heel verschillend.

Wat is nierbekkenkanker

Bij nierbekkenkanker is er een tumor in het nierbekken (pyelum). De nefronen in de buitenste laag van de nieren zuiveren de urine. De gefilterde urine wordt vervolgens verzameld in het nierbekken. Daarna gaat de urine via de urineleiders naar de blaas. Het slijmvlies aan de binnenzijde van het nierbekken is het urotheel. Bij nierbekkenkanker ontstaat de tumor meestal in dit weefsel.

Nierbekkenkanker is een zeldzame vorm van kanker. Per jaar zijn er ongeveer 240 diagnoses in Nederland.

1
Symptomen en risicofactoren
Belangrijk signaal: bloed in de urine

Bloed in de urine is het meest voorkomende signaal bij pyelumkanker. In het begin geeft de tumor zelden klachten. Maar als de tumor groter wordt, kan deze de doorgang naar de urineleider blokkeren. Dat kan leiden tot pijn in de zij of onderbuik.
Bloed in de urine betekent niet altijd dat er sprake is van kanker. Heeft u deze klachten, ga dan naar de huisarts. Mocht het nierbekkenkanker zijn, dan is de kans op een succesvolle behandeling en langere overleving groter als het in een vroeg stadium wordt ontdekt.

2
Onderzoek en diagnose
Onderzoek

Eerst wordt een bloed- en urineonderzoek gedaan. Zijn er afwijkende cellen, dan volgt aanvullend onderzoek.

De symptomen bij nierbekkenkanker zijn vergelijkbaar met die bij blaaskanker. Daarom zijn de eerste urologische onderzoeken gelijk.

3
In gesprek met uw arts
Behandeladvies

Specialisten, zoals uroloog, internist en patholoog bespreken de pathologie-uitslag. Op basis daarvan stellen zij een behandeladvies op. Ook gaan zij de richtlijnen bij kanker aan de hoge urinewegen na. De specialist bespreekt met de patiënt de uitslag van de onderzoeken en het behandeladvies. Neem altijd iemand mee tijdens de gesprekken. U kunt elkaar steunen en twee personen horen meer dan een. De beslissing over de behandeling en het medicijngebruik neemt u samen met de specialist.

 

Stel uw vragen

Probeer een goed beeld te krijgen van de verschillende opties voor behandeling. Welke informatie hebt u nodig om samen met de arts een besluit te nemen over uw behandeling? Drie vragen kunnen u helpen:

  • Wat zijn mijn mogelijkheden?
  • Wat zijn de voordelen en nadelen van die mogelijkheden?
  • Wat betekent dat in mijn situatie?
4
Behandeling, wat betekent dat?
Operatie

De behandeling bij nierbekkenkanker is volgens de richtlijn een nefro-ureterectomie. Bij deze operatie verwijdert de arts de nier, het nierbekken, de urineleider en de inmonding van de urineleider. Na de operatie volgt meestal eenmalig een blaasspoeling met mitomycine. Dat beperkt het risico op terugkeer van dezelfde ziekte maar dan in de blaas.

Operatie bij nierbekkenkanker

5
Herstel en nazorg
Herstel

Nierbekkenkanker en de behandelingen brengen vaak lichamelijk ongemak met zich mee. Zoals vermoeidheid of verminderde nierfunctie. Veel mensen ervaren ook andere klachten zoals minder concentratie, angst, somberheid of aantasting van gevoel van eigenwaarde. Bespreek dit ook met uw arts. De arts wijst zo nodig door naar een andere hulpverlener.

Lees meer bij ‘leven met kanker’

 

Voor de kans op overleving is het belangrijk te weten in welk stadium de tumor is. Bij nierbekkenkanker in stadium I is 100% van de patiënten na 5 jaar nog in leven. Bij tumorstadium II, III en IV daalt echter de overlevingskans. Zie overlevingscijfers nierbekkenkanker.

 

Nazorg

Na de behandeling blijft u onder controle bij de specialist. Hoe vaak de controle is, is afhankelijk van de tumor en het risico op terugkeer of uitbreiding van de ziekte.

6
Terugkeer of uitbreiding
Terugkeer

Ondanks de behandeling is er een risico dat de tumor terugkeert. De controle is onder meer bedoeld om in een vroeg stadium eventuele terugkeer van de ziekte op te sporen. Het risico op terugkeer of uitbreiding van de ziekte is per tumor verschillend. Als de ziekte terugkeert, wordt opnieuw onderzoek gedaan en volgt daaruit een behandeladvies.

Wat is urineleiderkanker

Bij urineleiderkanker is er een tumor in de urineleider (ureter). Via de urineleiders gaat de urine van de nieren naar de blaas. Het slijmvlies aan de binnenzijde van de urineleider is het urotheel. Bij urineleiderkanker onstaat de tumor meestal in dit weefsel.

Urineleiderkanker is een zeldzame vorm van kanker. Per jaar zijn er ongeveer 220 diagnoses in Nederland.

1
Symptomen en risicofactoren
Belangrijk signaal: bloed in urine

Bloed in de urine is het meest voorkomende signaal bij urineleiderkanker. Soms ontstaat er een verstopping van de urineweg. Dat kan koliekachtige pijn geven.

 

Bloed in de urine betekent niet altijd dat er sprake is van kanker. Heeft u deze klachten, ga dan naar de huisarts. Mocht het urineleiderkanker zijn, dan is de kans op een succesvolle behandeling en langere overleving groter als het in een vroeg stadium wordt ontdekt.

2
Onderzoek en diagnose
Onderzoek

Eerst wordt een bloed- en urineonderzoek gedaan. Zijn er afwijkende cellen, dan volgt aanvullend onderzoek.

De symptomen bij urineleiderkanker zijn vergelijkbaar met die bij blaaskanker. Daarom zijn de eerste urologische onderzoeken gelijk.

3
In gesprek met uw arts
Behandeladvies

Specialisten, zoals uroloog, internist en patholoog bespreken de pathologie-uitslag. Op basis daarvan stellen zij een behandeladvies op. Ook gaan zij de richtlijnen bij kanker aan de hoge urinewegen na. De specialist bespreekt met de patiënt de uitslag van de onderzoeken en het behandeladvies. Neem altijd iemand mee tijdens de gesprekken. U kunt elkaar steunen en twee personen horen meer dan een. De beslissing over de behandeling en het medicijngebruik neemt u samen met de specialist.

 

Stel uw vragen

Probeer een goed beeld te krijgen van de verschillende opties voor behandeling. Welke informatie hebt u nodig om samen met de arts een besluit te nemen over uw behandeling? Drie vragen kunnen u helpen:

  • Wat zijn mijn mogelijkheden?
  • Wat zijn de voordelen en nadelen van die mogelijkheden?
  • Wat betekent dat in mijn situatie?
4
Behandeling, wat betekent dat?
Operatie

De behandeling bij urineleiderkanker is volgens de richtlijn een nefro-ureterectomie. Bij deze operatie verwijdert de arts de nier, het nierbekken, de urineleider en de inmonding van de urineleider. Na de operatie volgt meestal eenmalig een blaasspoeling met mitomycine. Dat beperkt het risico op terugkeer van dezelfde ziekte maar dan in de blaas.

Meer over de operatie

Orgaansparende behandeling

Soms is het mogelijk om alleen de tumor te verwijderen. Dan wordt eerst een kijkonderzoek (ureterorenoscopie) gedaan om een biopt te nemen van de afwijking. Om veilig sparend te kunnen behandelen, moet de afwijking voldoen aan specifieke voorwaarden. Zoals een enkele, kleine, laaggradige tumor zonder verdenking op doorgroei in de spierwand. Is dat het geval dan kan de arts de tumor met een laser wegbranden of met een operatie het laatste deel van de urineleider verwijderen.

5
Herstel en nazorg
Herstel

Urineleiderkanker en de behandelingen brengen vaak lichamelijk ongemak met zich mee. Zoals vermoeidheid of verminderde nierfunctie. Veel mensen ervaren ook andere klachten zoals minder concentratie, angst, somberheid of aantasting van gevoel van eigenwaarde. Bespreek dit ook met uw arts. De arts wijst zo nodig door naar een andere hulpverlener.

 

Lees meer bij ‘leven met kanker’

 

Voor de kans op overleving is het belangrijk te weten in welk stadium de tumor is. Bij urineleiderkanker in stadium I is 89% van de patiënten na 5 jaar nog in leven. Bij tumorstadium II, III en IV daalt echter de overlevingskans. Zie overlevingscijfers urineleiderkanker.

 

Nazorg

Na de behandeling blijft u onder controle bij de specialist. Hoe vaak de controle is, is afhankelijk van de tumor en het risico op terugkeer of uitbreiding van de ziekte.

6
Terugkeer of uitbreiding
Terugkeer

Ondanks de behandeling is er een risico dat de tumor terugkeert. De controle is onder meer bedoeld om in een vroeg stadium eventuele terugkeer van de ziekte op te sporen. Het risico op terugkeer of uitbreiding van de ziekte is per tumor verschillend. Als de ziekte terugkeert, wordt opnieuw onderzoek gedaan en volgt daaruit een behandeladvies.

Wat is plasbuiskanker

Bij plasbuiskanker is er een tumor in de plasbuis. De plasbuis noemen we ook wel urinebuis of urethra. De urine stroomt vanuit de blaas door de plasbuis.

Er zijn verschillende type plasbuistumoren. Ze zijn genoemd naar de soorten cellen waarin ze ontstaan. Plaveiselcelcarcinoom komt het meeste voor. Andere typen zijn urotheelcel- en adenocarcinoom. Plasbuiskanker is een zeldzame vorm van kanker. Inschatting: ongeveer 20 diagnoses per jaar in Nederland.

1
Symptomen en risicofactoren
Belangrijk signaal: bloed in urine

Bloed in de urine is het meest voorkomende signaal bij plasbuiskanker. Andere symptomen zijn pijn of plasproblemen.

Bloed in de urine betekent niet altijd dat er sprake is van kanker. Heeft u deze klachten, ga dan naar de huisarts. Mocht het plasbuiskanker zijn, dan is de kans op succesvolle behandeling en langere overleving groter als het in een vroeg stadium wordt ontdekt.

2
Onderzoek en diagnose
Urineonderzoek

Bij één of meer van deze symptomen zal de huisarts onderzoek laten doen.

  • Bloedonderzoek en urineonderzoek (cytologie)
  • Lichamelijk onderzoek

 

Urethrocystoscopie (kijkonderzoek)

Vaak is meer onderzoek nodig om de diagnose te kunnen stellen. Meestal wordt dan een urethrocystoscopie gedaan. Bij dit kijkonderzoek wordt een camera (cystoscoop) via de plasbuis ingebracht en onderzoekt de uroloog de binnenkant van de plasbuis.

3
In gesprek met uw arts
Behandeladvies

Specialisten, zoals uroloog, internist en patholoog bespreken de pathologie-uitslag. Op basis daarvan stellen zij een behandeladvies op. Ook gaan zij de richtlijnen bij plasbuiskanker na. De specialist bespreekt met de patiënt de uitslag van de onderzoeken en het behandeladvies. Neem altijd iemand mee tijdens de gesprekken. U kunt elkaar steunen en twee personen horen meer dan een. De beslissing over de behandeling en het medicijngebruik neemt u samen met de specialist.

 

Stel uw vragen

Probeer een goed beeld te krijgen van de verschillende opties voor behandeling. Welke informatie hebt u nodig om samen met de arts een besluit te nemen over uw behandeling? Drie vragen kunnen u helpen:

  • Wat zijn mijn mogelijkheden?
  • Wat zijn de voordelen en nadelen van die mogelijkheden?
  • Wat betekent dat in mijn situatie?
4
Behandeling, wat betekent dat?
Operatie

Als de diagnose plasbuiskanker is, is de behandeling meestal het verwijderen van de plasbuis en indien nodig het weefsel eromheen.

 

Bij vrouwen met een tumor in de plasbuis wordt de plasbuis verwijderd en meestal ook de blaashals en de klieren in de liezen.

Bij mannen met een tumor in de plasbuis wordt vaak een soortgelijke behandeling als bij peniskanker (meestal plaveiselcarcinoom) gevolgd. De plasbuis wordt verwijderd en vaak ook de klieren in de liezen. Zit de plasbuistumor meer in de richting van de prostaat, dan worden bijvoorbeeld ook de bekkenklieren onderzocht.

5
Herstel en nazorg
Herstel

Plasbuiskanker en de behandelingen brengen vaak lichamelijk ongemak met zich mee, zoals vermoeidheid. Veel mensen ervaren ook andere klachten zoals minder concentratie, angst, somberheid of aantasting van gevoel van eigenwaarde. Bespreek dit ook met uw arts. De arts wijst zo nodig door naar een andere hulpverlener.

Lees meer bij ‘leven met kanker’

 

Voor de kans op overleving is het belangrijk te weten in welk stadium de tumor is. Plasbuiskanker komt weinig voor. Er is alleen een gemiddelde in Europa bekend. Bij plasbuiskanker is 71% van de patiënten na 1 jaar nog in leven en 54% na 5 jaar. Zie overlevingscijfers plasbuiskanker.

 

Nazorg

Na de behandeling blijft u onder controle bij de specialist. Hoe vaak de controle is, is afhankelijk van de tumor en het risico op terugkeer of uitbreiding van de ziekte.

6
Terugkeer of uitbreiding
Terugkeer of uitbreiding

Het risico op terugkeer of uitbreiding van de ziekte is per tumor verschillend. Vooral omdat bij deze kanker verschillende type tumoren voorkomen: urotheelcelcarcinoom, adenocarcinoom en plaveiselcarcinoom. Als de ziekte terugkeert, wordt opnieuw onderzoek gedaan en volgt daaruit een behandeladvies.

 

Wetenschappelijk onderzoek

Immuuntherapie is een veelbelovende ontwikkeling. Immuuntherapie mag worden gegeven bij uitgezaaide blaaskanker als tweedelijnsbehandeling. Studies naar immuuntherapie bij blaaskanker schuiven nu op naar vroegere stadia in de ziekte. Vraag aan uw arts wat welke behandelingen mogelijk zijn.

Studies zijn gericht op het optimaliseren van bestaande behandelingen, zoals een chemotherapie voorafgaand aan de operatie. Of het verbeteren van operatietechnieken. Ook zijn er studies om moleculair in een tumor te zoeken naar specifieke afwijkingen. Zodat mogelijk een medicijn kan worden ontwikkeld dat alleen de tumorcellen met die specifieke afwijking kan bestrijden.

Wetenschappelijk onderzoek

Studies zijn gericht op het optimaliseren van bestaande behandelingen en operatietechnieken. Of op het ontwikkelen van nieuwe medicatie, zoals immuuntherapie. Ook zijn er studies om moleculair in een tumor te zoeken naar specifieke afwijkingen. Zodat mogelijk een medicijn kan worden ontwikkeld dat alleen de tumorcellen met die specifieke afwijking kan bestrijden.

 

Deelname aan studies

Wetenschappelijk onderzoek (trial) bij patiënten kan aantonen of een nieuwe behandeling beter is dan de standaardbehandeling. Dit onderzoek moet zorgvuldig gebeuren en is gebonden aan een onderzoeksprotocol. Deelname kan alleen als de patiënt voldoet aan die voorwaarden. Of u meedoet aan wetenschappelijk onderzoek bepaalt u zelf. Als u wilt deelnemen aan een studie, neem dan contact op met uw arts.

Wetenschappelijk onderzoek

Immuuntherapie is een veelbelovende ontwikkeling. Immuuntherapie mag worden gegeven bij uitgezaaide nierbekkenkanker als tweedelijnsbehandeling. Studies naar immuuntherapie schuiven nu op naar vroegere stadia in de ziekte. Vraag aan uw arts wat welke behandelingen mogelijk zijn.

Studies zijn gericht op het optimaliseren van bestaande behandelingen, zoals een chemotherapie voorafgaand aan de operatie. Of het verbeteren van operatietechnieken. Ook zijn er studies om moleculair in een tumor te zoeken naar specifieke afwijkingen. Zodat mogelijk een medicijn kan worden ontwikkeld dat alleen de tumorcellen met die specifieke afwijking kan bestrijden.

 

Deelname aan studies

Wetenschappelijk onderzoek (trial) bij patiënten kan aantonen of een nieuwe behandeling beter is dan de standaardbehandeling. Dit onderzoek moet zorgvuldig gebeuren en is gebonden aan een onderzoeksprotocol. Deelname kan alleen als de patiënt voldoet aan die voorwaarden. Of u meedoet aan wetenschappelijk onderzoek bepaalt u zelf. Als u wilt deelnemen aan een studie, neem dan contact op met uw arts.

  • Overweegt u om mee te doen aan wetenschappelijk onderzoek? Lees dan de brochure onderzoek naar nieuwe behandelingen van kanker
  • Voor studies nierbekkenkanker kunt u ook kijken bij blaaskanker ofwel urotheelcelcarcinoom, als er staat dat de behandeling ook mag bij hoge urinewegtumoren. Stichting DUOS geeft een overzicht van studies.
Wetenschappelijk onderzoek

Immuuntherapie is een veelbelovende ontwikkeling. Immuuntherapie mag worden gegeven bij uitgezaaide urineleiderkanker als tweedelijnsbehandeling. Studies naar immuuntherapie schuiven nu op naar vroegere stadia in de ziekte. Vraag aan uw arts wat welke behandelingen mogelijk zijn.

Studies zijn gericht op het optimaliseren van bestaande behandelingen, zoals een chemotherapie voorafgaand aan de operatie. Of het verbeteren van operatietechnieken. Ook zijn er studies om moleculair in een tumor te zoeken naar specifieke afwijkingen. Zodat mogelijk een medicijn kan worden ontwikkeld dat alleen de tumorcellen met die specifieke afwijking kan bestrijden.

Wetenschappelijk onderzoek

Wetenschappelijk onderzoek is gericht op het optimaliseren van bestaande behandelingen of het verbeteren van operatietechnieken. Ook zijn er studies om moleculair in een tumor te zoeken naar specifieke afwijkingen. Zodat mogelijk een medicijn kan worden ontwikkeld dat alleen de tumorcellen met die specifieke afwijking kan bestrijden.

Deelname aan studies

Wetenschappelijk onderzoek (trial) bij patiënten kan aantonen of een nieuwe behandeling beter is dan de standaardbehandeling. Dit onderzoek moet zorgvuldig gebeuren en is gebonden aan een onderzoeksprotocol. Deelname kan alleen als de patiënt voldoet aan die voorwaarden. Of u meedoet aan wetenschappelijk onderzoek bepaalt u zelf. Als u wilt deelnemen aan een studie, neem dan contact op met uw arts.

Overweegt u om mee te doen aan wetenschappelijk onderzoek? Lees dan de brochure onderzoek naar nieuwe behandelingen van kanker.